Mijn schrijversidolen

Stiekem droom ik al van schrijfster worden sinds de lagere school. Onlangs vond ik een opstel terug van in het vierde of vijfde leerjaar, toen ik met veel animo schreef over een boom die op wandel ging, waarbij de juf (of meester?) me complimenteerde met mijn fantasie en vertelstijl.
Na de lagere school krijg je als kind bitter weinig de kans om je pen te scherpen en fictie te schrijven. Van de lerares Latijn kreeg ik als veertienjarige nog de opmerking: “Jij vertaalt zo mooi!” want ik deed in die tijd nog mijn best om de simpele en later vooral saaie teksten zo vlot mogelijk naar het Nederlands omgezet te krijgen.
Daarna werd er tijdens de taallessen vooral op grammatica en woordenschat gefocust.

macbook-336704_1280
Bron: pixababy.com

Omdat schrijven verder niet werd aangemoedigd, en mijn ouders van die mensen zijn – niet dat ik hen dat kwalijk neem – die schrijven en lezen beschouwen als een oog- en hersenverpestend tijdverdrijf, heb ik er nooit ver mee vooruit gedroomd. Ik schreef stiekem, maakte mijn ouders dan maar wijs dat ik op internet/MSN zat (wat ze nog net door de vingers konden zien als ik af en toe een teken van leven en mezelf nuttig maken kon geven) en deed verder niks met de woorden, hoofdstukken, verhalen, heelder boeken die uit mijn hoofd rolden.

notes-514998_1280
Bron: pixababy.com

Het lief was de eerste die ik vertelde over mijn schrijfdromen. Waar ik niets mee durfde doen omdat ik wel wist dat ik niet, nooit, jamais de ma vie, zou kunnen tippen aan mijn idolen. Isabel Allende, wiens Zuid-Amerikaanse bloed door haar kronieken jaagt; Niccolo Ammaniti die mij tot tranen toe wist te roeren met zinnen die recht uit de hemel leken te zijn gevallen in Zo god het wil; Griet Op de Beeck, die zo anders schrijft dan andere Nederlandstalige scrhijvers; Peter Pohl, omdat zijn trieste verhalen me ook na 5 keer herlezen de tranen over de wangen doen lopen.
Ik heb bewondering voor hun kunnen, er zijn er geen twee zoals zij, en mijn naam hoort niet in zo’n rijtje thuis.

Ik ontdekte per toeval dat Niccolo Ammaniti naar de BOZAR in Brussel kwam, nog geen drie dagen na die ontdekking, wat mij bijna in extase bracht. Ammaniti! In Brussel! Dat ik dat bijna was misgelopen!
Dat is gelijk een Bieberfan die naar een intiem kamerconcert van zijn grote idool mag, om even een vergelijking te maken die voor niet-schrijvers/niet-lezers misschien beter te begrijpen is.

2014-10-23 19.23.36

Ammaniti werd vergezeld door twee andere grote namen uit de hedendaagse Italiaanse schrijverswereld, twee jonge mensen bovendien: Paolo Giordano (wiens debuut De eenzaamheid van de priemgetallen één van de mooiste boeken is die ik ooit heb gelezen) en Silvia Avallone (van wie ik nog nooit had gehoord).
Paolo zat een beetje onderuit gezakt, baard en haren in geen weken geknipt; Silvia rank en slank en nonchalant zoals enkel een Italiaanse gekleed kan gaan; Niccolo een pak ouder dan ik me hem had voorgesteld in zijn ribfluwelen broek en leesbril aan een touwtje om zijn nek.
De interviewster van dienst was journaliste Ine Roox.

Alles gebeurde in het Italiaans, omdat de schrijvers zich in hun moedertaal natuurlijk het best konden uitdrukken (en face it, Italianen kunnen gewoon heel slecht Engels). Ik geloof dat 80% van de zaal Italiaans was, en wij zaten daar middenin met ons koptelefoontje ons best te doen om de simultane vertaling in vlekkeloos Engels te volgen, wat supervermoeiend was want ik luisterde eigenlijk liever naar het dansende Italiaans, een taal waar de passie van afspat, zo anders dan dat droge school-Engels. Na anderhalf uur stond mijn hoofd dan ook op ontploffen.

Zo dicht bij mijn idool, en inzien dat ook goden maar mensen zijn. #NiccoloAmmaniti

Het was zo interessant om de drie bezig te horen over hun scrhijversbestaan, over Italië, over hun verhalen, over waar ze hun ideeën vandaan halen, hoe ze schrijven, hoe het was toen ze nog maar net één boek hadden uitgebracht.
Ik hing aan hun lippen, wilde geen woord missen.

En achteraf was er natuurlijk een signeersessie, waarbij de rij voor Niccolo Ammaniti aanzienlijk veel langer was dan die voor de andere twee. Uit medelijden (want van Giordano had ik geen boek meegebracht en van Avallone had ik nog niet eens iets gelezen) haalde ik bij alle drie een handtekening.
Zonder dat ik daarbij natuurlijk durfde te laten vallen wat ik echt van hem vond; verder dan een schuchtere “My name is…” en “Thank you” raakte ik niet.

Ammaniti is een god. Zoals die man kan schrijven… het zou verboden moeten zijn. Zijn personages stappen uit de bladzijden van het boek om zich onder je huid te nestelen, ook al heb je geen enkele voeling met ze en zijn het mensen die je irl zou mijden. De wereld die hij schept, is meestal donker, duister, gruwelijk, angstaanjagend maar net daarom zo vreselijk realistisch. Hij haalt het slechtste uit de mensen naar boven, omdat hij wéét dat er zoveel slecht schuilt in de mens. Het valt niet uit te leggen hoe me dat de adem ontneemt: weten dat ik in het stof aan zou voeten zou willen neervallen en hem zou volgen tot het eind van de wereld en terug, in ruil voor een paar zinnen van zijn hand – een paar letters zouden zelfs al genoeg zijn.
(uit mijn recensie van Zo god het wil.)

En u? Wie is uw (schrijvers- of andere)god? Hebt u hem/haar al eens live ontmoet?

13 thoughts on “Mijn schrijversidolen

  1. “De eenzaamheid van de priemgetallen” is ook één van mijn favoriete boeken! Op de achterflap lijkt de schrijver eerder verzorgd?

  2. David Mitchell. Ik heb hem nog nooit ontmoet, maar voor een handtekening zou ik wel flink mijn best willen doen.
    Mijn vroegere schrijversidool was Peter Verhelst en die heb ik toch al een aantal keer live mogen aanschouwen omdat we een tijd de zelfde stad als woonplaats hadden.

  3. Misschien moet ik Ammaniti dan toch nog maar eens een kans geven. Zoals je weet deden de twee boeken die ik van hem las me niet veel.

    Ik heb een lijstje favoriete auteurs: Roald Dahl, Umberto Eco, Gabriel García Márquez, Astrid Lindgren en Milan Kundera. Al kom ik er niet meer vaak toe om zomaar boeken voor mijn plezier te lezen.

  4. Ik droom ook al decennia lang van een schrijverscarrière, alleen niet zo stiekem. En mijn luiheid en perfectionisme zit me een beetje in de weg. Mijn moeder moedigt me nog altijd aan, mijn vriend begrijpt niet wat er zo leuk aan is, net als bij lezen. Ondertussen pen ik wel vlijtig door, zowel voor mijn blog, als elke november voor NaNoWriMo (meer info op mijn blog). Miss zie ik je daar volgend jaar? 🙂

    1. Ik heb al eens overwogen om eraan mee te doen, maar het lijkt mij vooral slopend. Ik ben van plan om in de ‘kerstvakantie’, tussen de vreetfestijnen door, mijn pen weer op te pakken en eindelijk een verhaal af te werken…

  5. Ik heb zelf niet echt schrijvers idolen maar kan me het gevoel wat je gehad hebt echt heel goed voorstellen, toch wel ernstig tof dat je hem hebt kunnen ontmoeten 🙂 En idd Italianen en de Engelse taal: het is een ramp!

Reacties zijn gesloten.