Kriekentijd

Juli is kriekenmaand. En bonenmaand. Erwten. Kersen.

Dan gingen we bonen plukken op het veld van oma. Dan zaten we erwten te peulen onder het afdak op het terras met Lady de hond die de wegspringende erwten achterna joeg. Dan trok papa met het kersenemmertje – een emmertje dat tijdens de rest van het jaar gewoon dienst deed als wateremmer gelijk al de rest – naar het Grootouderlijk Huis om in hun grote kersenboom te klimmen en met een emmertje vol terug te keren naar huis. Het zoete, gele vlees, het glimmende vel, het uitspuwen van de pit in doechelen… Mommie kon zich daar ziek aan eten. Wij hielpen enthousiast.

Nu komen de kersen niet meer tot bij mij.

Nu is de grote kerselaar omgehakt omdat hij oud en ziek was – euthanasie voor bomen, plaats maken voor jongere scheuten. Nu weet ik dat oma’s kersen niet de enige kersen zijn: gele kersen kom je trouwens minder tegen dan hun donkerde variant. Ik koop ze niet, want het voelt als verraad aan de warme zomerherinneringen in mijn hart.

Kriekentijd, nu. De zuurdere zusjes van kersen.

Vroeger, heel vroeger, haalden we die ook bij oma en vroeger, heel vroeger, hadden we zelf een kriekenboom in de tuin. Daar waar Loen de Hond nu ligt begraven.
Elk jaar hetzelfde ritueel: er wordt een paar kilogram kersen op de markt gehaald. De helft wordt in porties voor vier personen ingevroren en dient in de winter voor de zaterdagavondmaaltijden: opgewarmde krieken, gezoet en gebonden met suiker en maïzena, brood erin doppen, méér moet dat niet zijn. Het lief geeft de voorkeur aan krieken uit een pot (maar ik giet nog liever die chemische brol over mijn hoofd uit dan ervan te moeten eten) en heeft gehakballetjes als side dish geïntroduceerd, een hele verbetering moet ik toegeven.

Ik heb trouwens niets tegen fruit uit blik of een pot. Ieder zijn meug, juist?

De andere helft werd volgens een oud familierecept klaargemaakt. Daarbij passeren de kersenontpitter, flessen rode wijnazijn, kilo’s suiker en vele dagen van omroeren de revue, tot de krieken in een pot terecht komen en zo een paar jaar kunnen worden bewaard. Ze zijn het lekkerst bij pensen en appelmoes – zo heb ik ze leren eten – of bij gebraden kip en andere frisse groentjes en fruit, zoals oma ze met Pasen serveert. Ook hier moet het lief trouwens niets van hebben, maar Mommie vertrouwde me toe dat zij ze ook heeft moeten leren eten. Dus dat komt nog wel goed.

60s

Van ’t jaar maakte ik ze voor het eerst zelf. Tien porties warme krieken in de diepvries, 1200g zure krieken in een pot.

Dat wordt een jaar lang smullen!!

15 thoughts on “Kriekentijd

  1. ik heb dat sinds intersoc nooit meer gegeten en ben het ook niet van plan. heb er precies een degout aan overgehouden. maar zoals je zegt ieder zijn meug hé! 😉

  2. Dat lijkt me wel leuk om te doen. Wij maken in de zomer – allee ma & pa- kilo’s confituur met alles van uit de tuin; frambosen, jeneverbessen, wijnbessen, braambesses etc.

  3. prachtig hoe je die jeugdherinneringen omschrijft!
    maar heu, opgewarmde krieken? nog nooit van gehoord, dat zal een streekgebonden gerecht zijn zeker?
    en ik vrees dat ik een beetje de smaak van uw lief deel: uit de pot! maar misschien nog erger, ik moet geen fruit bij vlees of kip of warm eten…ik haat het dat dat zoet fruitsap dan overal onderloopt…
    niet da’k een moeilijke eter ben hoor 🙂

    1. In Vlaams-Brabant en Antwerpen kennen ze’t alvast. Warme krieken zijn lekker bij ijs, pannenkoeken, wafels, gehaktballetjes… Zeker s proberen;-)

  4. LJ, respect! Krieken (of kersen), als ik die nodig heb voor een gerecht koop ik een bokaal. Wat een onmenselijk tijdrovend werk lijkt me dat om die pitten daar uit te halen, zelfs met een ontpitter. Geduld is niet mijn sterkste kant, gemakzucht daarentegen 🙂

  5. Vind het altijd zo leuk op jouw blog te zien hoeveel dingen jij zelf maakt. Hier wederom zo een mooi voorbeeld, je bent een ware keukenprinses 😀

  6. Ik eet het liefst van die donderrode kersen. We eten ze buiten en spuwen de pitten in de tuin, gewoon om het verst. Dat komt nog uit mijn kindertijd met mijn vader. Natuurlijk rapen we ze nadien terug op.
    Ik hou niet van krieken, maar elk zijn meug, hé. 😉

Reacties zijn gesloten.