Waar zijn die handjes?

Scala & the Kolacny Brothers – Stadsschouwburg Leuven, 2 mei 2012

Als het beroemdste meisjeskoor van ons land optreedt in de omgeving van hun thuisbasis Aarschot, dan is dat een fanconcert. Dan zit u tussen grootouders die meteen een heel relaas afsteken over hoe de kleindochter op de herdenkingsdienst van de Zwitserse busramp heeft moeten zingen, achter trotste ouders die van elke beweging op het podium foto’s maken en naast enthousiast gillende vriendinnen.

Dat hadden wij natuurlijk niet door – het lief, Zus, Tante en ik – toen we de goedkope kaartjes boekten voor het tweede balkon in de Leuvense stadsschouwburg.

Het tweede balkon, zijnde zowat de slechtste plaatsen in de hele zaal. Schouwburgen zijn volgens mij indertijd opgebouwd met de bedoeling er schoon uit te zien, maar ook niet meer dan dat. (’t Zit vanbinnen had Clouseau toen nog niet uitgebracht, dus de mensen wisten niet beter dan dat uiterlijk vertoon álles is.)
Die pluchen zeteltjes, allemaal goed en wel dat dat lekker zacht is voor uw kont, maar dat kan niet op tegen het gebrek aan beenruimte. Je kan zitten, maar je benen niet strekken; knieën in een rechte hoek da’s de enige mogelijkheid. En geloof mij, hoe minder je je benen kan strekken, hoe harder de drang om ze net wél te strekken.
Die gedachtegang, van zo veel mogelijk mensen in een zo klein mogelijke ruimte rond een podium te proppen, hebben de ontwerpers over de ganse lijn toegepast ,zodat er geen plek was voor airco of verluchting en de balkons zo dicht boven elkaar hangen dat je enkel het podium kan zien maar niks wat zich daarboven of daarrond bevindt.

Our view:
CYB18

Dus het videoscherm dat twee meter boven het koor was opgehangen, was voor ons onzichtbaar (en half zichtbaar als we dubbelplooiden en daarbij vervaarlijk dicht met onze neus tegen de kapsels van de mensen voor ons leunden), jammer want de beelden van het zoontje van Steven Kolacny tijdens Kleine man waren hartverwarmend grappig, om van schattige kleine Rosa (het dochtertje van Stijn Kolacny) nog maar te zwijgen.
En toen ineens de lichten in de zaal aangingen en de temperatuur meteen voelbaar met een graad of twee steeg, en dirigent Stijn in het rond danste in plaats van in een halve ronde hadden we algauw door dat de andere helft van de meisjes op de parterre tussen de mensen stond. Wat wij van zo hoog en zo droog natuurlijk niet konden zien, jammer want voor iedereen die niet parterre zat, heeft ook dat z’n effect gemist.
Twee speciallekes minder voor de mensen op het balkon, maar ik neem aan dat het prijsverschil van 9 euro ergens moet zitten, toch.

(Nota aan Mezelf: volgende keer er rapper bij zijn voor de duurdere kaarten.)

Hoedanook, we kwamen voor de muziek en niet voor de special effects. Ik hield van Scala zoals dat in den beginne was: eenvoudigweg een koor dat ne keer zijn armen beweegt maar verder vrij statisch is, een dirigent naar wiens fladderende handendans ik gefascineerd kan zitten kijken, een pianist die alles ondersteunt, en liedjes die iedereen kent met engelenstemmetjes gezongen.

Dat statische is er nog steeds, tijdens de oudere nummers. Maar ze hadden ’t voorspeld en aangekondigd: een heleboel nieuwe, eigen nummers én een nieuwe look. De flonkerende pakjes logen er niet om, en de choreografie was, hoewel eenvoudig, op het lijf van de liedjes geschreven.
De piano, voorbehouden aan Steven, werd vergezeld van een drumstel, dat enkel bij de nieuwere nummers mocht worden bemand. Had voor mij niet veel meerwaarde, aangezien er vaak gebruik werd gemaakt van achtergrondmuziek, waar de drums dan al in verwerkt zaten (zoals bij I fail).
Stijn Kolacny dirigeert en pareert de steken van zijn broer heel handig.

(Ben ik de enige die zich afvraagt hoe dat juist zit met de bewegingen van een dirigent? Mr. Bean liet ons zien dat een orkest braafjes de bevelen van zijn dirigent opvolgt, maar staat elk afzonderlijk gebaar echt voor een signaal?)

Gemengd met hun eigen nummers, die iets speciaals hebben dat ik nog niet ben gewend, zongen ze als vanouds een aantal covers.
Bij Kings of Leons Use somebody en andere van oorsprong iets ruigere nummers, miste ik pit. Ik zat op het puntje van mijn stoel tevergeefs wachtend op een climax die niet kwam. Dat vond ik jammer. Nothing else matters klonk daardoor heel eentonig, bijna slaapverwekkend zelfs (maar dat kan ook aan de gezapige warmte gelegen hebben). Creep van Radiohead, aan de andere kant, weet mij waar dan ook, wanneer dan ook elke keer opnieuw te raken; het gefluisterde “I wish I was special” is een puur kippenvelmoment. U2’s With or without you is nog steeds een pareltje. I fail, in samenwerking met de enige echte Regi, kreeg het publiek aan het klappen. Ik vind dit hun beste eigen nummer, dankzij de combinatie dance-koor. De klassiekere nummers zijn helemaal niet aan mij besteed maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak.

Ze kwamen nog terug voor een aantal bisnummers – waar is de tijd dat bisnummers nog écht bisnummers waren, en niet all part of the show? – o.a. Ik hou van u, dat iedereen liet meezingen, klappen en heen en weer wiegen (en nog meer zweten). Dat ’t plezant was, zeg ik u!

Eind mei vertrekken de engelenstemmen van onze nationale trots op tournee door het buitenland. Voordien treedt Scala nog drie keer op in eigen land, dus haast je, rep je, spoed je daarheen!

Dit postje vind je ook, weliswaar ingekort, terug op leveninleuven.be.

13 thoughts on “Waar zijn die handjes?

  1. Ik ga altijd voor de duurdere tickets. Omdat ik waar voor mijn geld wil en anders vaak de helft van het concert mis omdat ik te klein ben of slechte plaatsen heb. En ik neem ook nooit staanplaatsen: lang rechtstaan kan ontzettend pijnlijk zijn en bovendien zie ik dan ook niets omdat ik te klein ben.

    Dirigenten hebben ieder hun eigen stijl van dirigeren dus ze maken niet allemaal hetzelfde gebaar voor “stiller spelen” of zo. Als muzikant word je wel redelijk snel gewoon aan de manier van dirigeren van je dirigent en dan kan je daar op inspelen.

    1. Bij de duurdere tickets was geen plek meer om met 4 naast elkaar te zitten, helaas…. en ik wou ze per se zien!
      Ik vind dirigenten echt fascinerend om bezig te zien!

  2. Scala is (denk ik) niets voor mij (ook niet om naar te gaan luisteren en kijken), maar zou wel graag eens zingen in zo’n alternatief koor …

  3. Ik heb die nog nooit live gezien, misschien moet ik ook maar eens gaan kijken? Met duurdere tickets? 😉

    1. Ik moet mij dan keihard concentreren om te doen alsof dat balkon boven ons er niet is…. Dat in combinatie met de veel te warme lucht maakte wel dat ik halverwege de show echt op het punt stond om naar buiten te rennen maar de muziek heeft me terug kunnen afleiden.

  4. Probeer eens om naar de Bourla in Antwerpen te gaan, één van de zijplaatsen te krijgen (dus echt gewoon zijwaarts zitten, zodat je je nek helemaal naar rechts of links moet draaien om het podium te zien) en dan een toneelstuk van Guy Cassiers te zien dat 3u duurt. NACHTMERRIE! (en nekpijn die weken aansleept)
    Ja, die oude schouwburgen – allemaal schoon en ditte en datte, maar praktisch is het inderdaad niet. Hoe cultureelminded ik ook ben… Scala zegt mij ook niet zo veel. Ik ken hen alleen maar van televisie, dus misschien is zo’n echt gans concert wel een superschoon ding, dus eigenlijk kan ik niet oordelen. (Eigenlijk zou ik dus gewoon een beetje moeten zwijgen.) Maar fijn dat jij zo genoten hebt! 🙂

    1. Klinkt afschuwelijk ja… Thuis in uwe zetel voor tv is dan toch een pak comfortabeler (en goedkoper).
      Scala daar moet je voor zijn, ik vond ze vroeger beter, maar dat kan ook zijn doordat mijn smaak is veranderd de laatste jaren.

  5. Ik weet niet of ik geld zou uitgeven aan Scala, als ik iets klassieks wil dan zou ik eerder naar het ballet gaan (wat dan weer niets met zingen te maken heeft :p)

Reacties zijn gesloten.