Troum

Nu ons leven een beetje aan het stabiliseren is – het lief die na een maand stilletjesaan zijn draai begint te vinden op zijn werk, ik die probeer te wennen aan zijn later thuiskomen en het huishouden dat meer op mijn schouders terecht komt – is er wat meer ruimte om te dromen.

Ik werk in een internationaal bedrijf, en hoewel mijn functie niet bepaald een flexibele of mobiele functie is want intern, kan het enkel mooi staan op mijn CV. Het lief werkt ook in een vrij internationaal bedrijf, maar is van plan één of ander certificaat te halen wat hem plots een pak begeerder zou maken op de arbeidsmarkt. Daarmee zou hij ook in het buitenland makkelijk(er) aan werk geraken. Onlangs vroeg hij me, om te lachen weliswaar, hoe ik het zou vinden als hij in Londen of Parijs zou gaan werken. Of… Génève.

Daar zou ik geen twee tellen over moeten nadenken, en dat weet hij ook wel.

Het enige en meteen ook grootste probleem is de taal. Sinds ik bij het Braggelhotel ben weggegaan, intussen toch al tweeëneenhalf jaar geleden, heb ik nauwelijks Frans moeten spreken. Duits kwam sinds de hogeschool al niet meer voor in mijn dagdagelijks gebruik. En laat dat nu net de twee belangrijkste landstalen van Zwitserland zijn. (Romaans en Italiaans zijn gelukkig in de minderheid.)
Bovendien is hun Duits geen gewoon Duits. Gewoon Duits ofte ‘Hoogduits’, dat is wat je leert op school en waarmee je je verstaanbaar kan maken in Duitsland, Oostenrijk, een speldenprikje van België, het piepkleine buurlandje Luxemburg en in het grootste deel van Zwitserland.
In Zwitserland spreekt de lokale Duitstalige bevolking in niet-officiële situaties en bij de omgang met elkaar echter Scwhyzerdütsch ofte Zwitserduits. Als je nu denkt dat dat een taal is die je op school kan aanleren, dan heb je het mis. Het is zoals onze plaatselijke dialecten: per regio is dat anders en nog onverstaanbaarder.

Maar het klinkt zo mooi… zangerig en dromerig en ik wil dat ook kunnen spreken, of verstaan zou al een begin zijn.

Het beste wat ik kan doen is cursussen Frans en Duits gaan volgen, als we plannen om naar het buitenland te gaan. Dat ik op zijn minst die basis heb, want met enkel Nederlands en Engels kom ik niet ver buiten de Belgische grenzen.

Als, als, als.

Een mens mag dromen. Maar of het ooit allemaal werkelijkheid wordt? Ik zou even gelukkig zijn als we gewoon in België blijven – het luiwijf in mij moedigt dat plan zelfs aan – als ik maar één keer per jaar bergen kan zien, met of zonder sneeuw, binnen of buiten Zwitserland.

Foto van de week – Zomerkleuren

Ik had u beloofd om met geen woord meer te reppen over Zwitserland, het land van mijn dromen. Doch het thema van deze week is ‘zomerkleuren’ en het eerste waar ik aan dacht was de bloemenpracht in de Alpen. Bovendien had ik jullie daar nog niets van getoond dus ik hoop dat jullie mij vergeven voor het alweer laten opdraven van mijn favoriete topic.

Ziehier: de Alpenbloementjens!

Gebaseerd op de wekelijkse opdracht van Photo Friday.

Going home

Eindelijk, de kogel is door de kerk: de vakantie is geboekt.

Schoonvader wilde met ons allemaal op vakantie voor zijn 50e verjaardag maar was dat al een paar maanden aan het zeggen; met dat Schoonopa in het ziekenhuis was terecht gekomen, had hij begrijpelijkerwijs nog geen verdere stappen ondernomen.

Toen ze vorig weekend op ons appartementje waren, was als bestemming de naam ‘St. Moritz’ gevallen, een bergstadje in het schone Zwitserland. Mijn schoonfamilie zijn Intersoccers, van het bergsoort dannogwel, en de andere bergbestemmingen van Intersoc zijn om eerlijk te zijn niet veel soeps: Zinal is een prachtig dorpje maar daar heb ik alles wel gezien (hoewel ik op een dag zéker terug wil), het Franse Valmeinier en Aussois daar is ‘s zomers niks te beleven en daar zijn de bergen kaalgeslagen voor de wintersport, Wengen hebben ze helaas niet meer.
Dan blijft enkel het mondaine St. Moritz (uitgesproken op z’n Duits dus [sangt moorits]) over. Het is aan een groot meer gelegen en het hotel is vrij luxueus (voor Intersocs doen) heb ik mij laten vertellen, er zijn veel wandelmogelijkheden… en bergen hé mensen, bergen! Méér heb ik niet nodig…

Ik durfde niet te dromen, en toen we verschillende dagen achtereen niets hoorden, gaf ik de hoop op; verdomme nu pas besefte ik hoe graag ik weer naar Zwitserland wilde!

Vrijdagnamiddag, toen ik wat lamlendig zat te wezen op De Heuvel, kwam het verlossende mailtje binnen: Schoonvader had de reis geboekt!

I’m going home…

Ik heb nog tot 23 juli om een conditie te kweken. De stad zelf ligt al boven 1800 meter met andere woorden als ik daar nu naartoe zou gaan, zou ik nog geen 100 m kunnen klimmen zonder naar lucht te moeten happen.

Als dat geen motivatie is om te beginnen met start-to-run!

Dit wou ik toch even kwijt: #sierre

Ik kijk nooit naar het journaal, volg geen nieuwsfeeds online, kortom ik ben zelden op de hoogte van de actualiteit.

Ik viel dan ook uit de lucht toen collega Margella vanmorgen met het slechte nieuws binnenkwam op kantoor, over het busongeval.

Het is zó dicht bij huis: hun school is in mijn dorp; met die busmaatschappij en misschien zelfs met die chauffeurs heb ik zo dikwijls mee gereisd, ook diezelfde route via Sierre en Sion; de reisorganisatie is Intersoc; hun vakantieoord, het pittoreske St-Luc in het mooie Zwitserland; ligt vlakbij mijn geliefde Zinal en we zijn er al een keer wezen wandelen, misschien wel op dezelfde besneeuwde paden als de kinderen.

Het leven is verdomme véél te kort.

La Jungfrau

Er is op Canvas een reeks die ‘Elements’ heet, over mensen die een speciale relatie hebben met de natuur. Om de één of andere bizar toevallige reden is de enige aflevering die ik heb gezien, die over een koorddanser. Een beetje een rare kerel die overtuigd is van zijn onsterfelijkheid, want de goden staan hem bij als hij, zonder beveiliging, balanceert op de koorden van skiliften. Alsof het niks is.

Van zodra hij zijn mond opendeed, wist ik meteen: ‘t is een Zwitser. Eentje die Schwyzerdütsch sprak alsof ik droomde. Zo mooi, zo zweefden de woorden van het scherm de kamer in.

Omhoog ging de hartslag.

Ik was vergeten hoe dat klonk, maar nu zou ik die opname keer op keer kunnen afspelen, gewoon om dat taaltje te kunnen horen dansen in mijn hart.

 (Het lief zuchtte eens want om de één of andere reden kan hij niet lachen met mijn liefde voor Zwitserland – niemand begrijpt dat, ikzelf niet eens.)

Maar alsof Canvas aanvoelde dat ik keek, en het allemaal nog wat erger wilde maken, toonden ze beelden van de koorddanser in zijn land, en één van die beelden herkende ik direct, nog voor het naambordje voorbijzweefde: de Jungfraujoch.

Mocht u dit nog niet weten: mijn blognaam is de Franse benaming voor Zwitserlands schoonste berg de Jungfrau. En het treft dat ik een maagd ben van sterrenbeeld, wat in het Duits eveneens ‘Jungfrau’ is.

Zes jaar geleden logeerde ik een maand lang zó dicht bij de Jungfrau dat ze er constant was, voor en na het werk, ik hoefde maar op te kijken, uit het raam en daar was ze, onveranderlijk majestueus, het was liefde op het eerste zicht. Maar omdat we toen nog in de voorzichtig ontluikende vlinderfase zaten, was ik doodsbang om daarboven op haar ‘Joch’ teleurgesteld te worden met mist en kou en totaal geen uitzicht en al mijn geld aan het bergtreintje uitgegeven voor niks.
Dus bleef ik beneden en weigerde te luisteren naar de verhalen van hen die wél daarboven waren geweest. Mijn tijd komt nog wel…

Daarom staat een bezoek aan Wengen en verder sporen naar de Jungfraujoch op mijn 101dingen lijst. Ik moet en zal er raken, liever morgen dan pas over twee jaar. Ik wil haar terugzien, mijn steun en toeverlaat, mijn muze. Al moet ik een maand kamperen in Wengen tot de wolken optrekken, ik zal aan de gletsjer staan en de bergtoppen zien en sterven…

Tijdens een opruimactie vond ik de gigantische poster terug die ik zes jaar geleden in Wengen van  het toerismebureau haalde. Ik knipte de Jungfrau eraf en hing hem boven mijn bed. De berg is nu in totaal drie keer te bewonderen in ons appartement.
(Ter verdediging: van het lief & mij hangen er heel wat méér foto’s op!)