Lille is schoon, jong.
Dat wou ik alvast kwijt, zodat de mensen die meteen doorklikken, dan toch dát tenminste hebben meegekregen. Dat Lille schoon is.
Lille ofte Rijsel, want het hoorde vroeger bij België. Vlaanderen, pardon. ‘t Was van ons maar nu niet meer, maar de Vlaamsche invloed is door de nabijheid van de landsgrens hier en daar nog te merken: in de bouwstijl (trapgeveltjes ftw!) en in de menukaarten (vleesch potje is een geliefd plaatselijk gerecht), en in de geschiedenis natuurlijk.
Verder is het daar heel Frans. De taal, bedoel ik. En Mommie is grappig als ze Frans spreekt probeert te spreken. Tante probeerde zich niet eens verstaanbaar te maken en liet het aan ons over om ons belachelijk te maken, waarvoor dank.
O, een weetje: in Lille is er geen verschil tussen endive (andijvie) en chicon (witloof). Nog zo’n geliefd streekgerechtje is namelijk endive à la Flamande. Groot was mijn verrassing toen het (gestoofd) witloof in hespenrolletjes met een laagje kaas uit den oven bleek te zijn. Witloof uit den oven dus. Onthouden, voor als u een keer naar daar gaat en niet voor verrassingen wilt komen te staan.
Voor u het vraagt: uiteraard heb ik de ober hierover aangesproken. Wat andijvie dat ziet groen en heeft bladeren, gekrulde soms zelfst, terwijl witloof dat is wit en euhm stronkvormig. Neen, repliceerde de verveelde garçon, en sprak toen de legendarische woorden:
Ici, c’est pareil!
Ik kan alleen maar medelijden hebben met de groentegewijze beperkingen van de streek. Want andijvie, dat is toch de max? (Witloof, daarentegen. Buiten het seizoen dan nog. Bweikest.)
Nog een weetje: Lille is Het Shopping Walhalla. (Jawel, met hoofdletters.)
Met Desiguals om de vijf meter, gezellige winkelstraatjes, veels te dure terrasjes, winkelcentrum Lafayette en als kers op de taart vlak bij het station het gigantische Euralille.
Antwerpen een shoppingparadijs, zegt u? Niets kan op tegen de Brusselse Nieuwsstraat, durft u beweren? Dan bent u nog niet in Lille geweest. Serieus, je hebt een volledige citytrip van drie dagen met twee overnachtingen nodig om daar te gaan shoppen. En een budget van vijf maandlonen, dat spreekt. En dat laatste hebben we jammer genoeg niet maar ooit… ooit ga ik terug om te shoppen till I drop!
We gingen niet om te shoppen hé, we gingen wij om te sightseeën. En sightseeën we did.
Naast de winkelstraten is er begot nog veel ander schoons te zien. Gebouwen. In neoclassistische stijl, daar houden de Fransen wel van. Een moderne gotische kerk die zo afschuwelijk was dat het pijn deed, serieus, de gotiek zou zich omdraaien in haar graf als het een overleden mens was. Het Museum voor Schone Kunsten is een pareltje, oud versus nieuw, heel erg geslaagd. Het bekende boekenmarktje in de charmante Vieille Bourse jammergenoeg niet helemaal open. De citadel wordt nog gebruikt en was daardoor niet toegankelijk (tenzij je op voorhand een begeleide visite boekt) maar op weg daarheen ontdekten we de gratis zoo waar Mommie met veel geduld een superschattig wasbeertje op de foto kreeg en de apen luilekker op hun strandjes lagen.
O, en, nog een weetje: contrast, daar zijn de Lillers (Lillaars? Lilders?) Rijselaars ook goed in. Onder die rijk opgeknapte oude bruggen, poorten en portieken, in die netjes onderhoude parken, vlak naast bankautomaten, jong en oud: overal bedelaars. Nog erger dan Brussel. Maar daar zijn Vlamingen dan weer goed in: oogkleppen opzetten en vrolijk doorlopen.
Wees trouwens maar zeker dat ik de esthetica in mij met plezier de rol van gids op zich liet nemen en mijn gezelschap heb vermoeid met het benoemen van bouwstijlkenmerken. Ik hoop dat ze minstens het verschil tussen gotiek en neoclassisme zullen onthouden en opmerken, maar ik betwijfel of ze meteen raak gaan gokken als ik het stadhuis van Leuven aanduid. Het lief heb ik op vier jaar tijd iets beter gedrild maar zelfs hij durft twijfelen als ik van het Leuvense stadhuis naar de Antwerpse kathedraal wijs.
O, en jammer, maar Eden Hazard zijn we niet tegengekomen. Peut-être la prochaine fois.
