0

[balktontuin] Op hoop van zegen

Het was 20 mei, 1 maand voor het begin van de officiële zomer en in mijn living woekerde een heus oerwoud van tomaten-, paprika-, peperplanten en zonnebloemen. Het eerste wat je rook als je de voordeur binnenkwam, waren die planten, nog een beetje smeulend van de lekkere warmte achter zon-op-glas. Ze hadden een luilekkerleven: regelmatig water, minstens 20 graden, geen regen, geen wind. Zo zag het er hier toen uit:

DSC_0926

Je ziet, het was gezellig druk.

Sinds maandag staat alles buiten, een temperatuursverschil van vijftien graden, dat kán niet goed zijn, ik houd ze met argusogen in de gaten, als er eentje uitziet alsof hij het gaat begeven, gaat alles terug naar binnen!

2013-05-20 12.58.48

De tomaten zijn op enkele weken tijd de hoogte in geschoten en dragen al vrolijk gele bloemetjes; het is nu wachten op het eerste groene minitomaatje en dan nog langer wachten op de eerste rode tomaat die geoogst kan worden.
De pepers zijn ook omhoog geschoten, groter dan de paprika’s – toch hun grote broertje dacht ik? – en allemaal dragen ze piepkleine knopjes.
De bosaardbeitjes overleefden dankzij een intensieve gifcampagne een agressieve bladluizenplaag en hier en daar is er het begin van een bloemknopje te zien, maar ik heb de indruk dat het niet erg vlot; zullen er dit jaar wel aardbeien aan komen?
De zonnebloempjes lijken belemmerd in hun groei door de kleine potjes waar ze al die tijd hebben in moeten samenhokken, hopelijk hervinden ze hun levenslust en zie ik binnenkort de eerste prachtige gele kopjes!
Hoewel aan geel komt het me niet tekort dankzij de narcissen die begin mei eindelijk begonnen te bloeien. Het zijn de eerste bloembollen die effectief bloemen tonen; de krokussen, tulpen en vorig jaar enkele zomerbloeiers toonden enkel saaie groene bladeren.
De radijzen ga ik één dezer echt opgeven; de plantjes/bladeren groeiden wel maar het deel van de wortel dat een radijs moet vormen zat boven de grond en bleef lang en dun dus dat stuk heb ik nu onder de grond gestoken en dan zal ik nog wel eens gaan kijken binnenkort of dat helpt, zoniet kieper ik alles bij het groen afval, I’ve had it, zogezegd de makkelijkste groente om te kweken (na sla), laat me niet lachen, het lukt me niet!!
Dan is er het verhaal van de courgettes. Ik wilde ze per se zelf zaaien en dat lukte wonderwel, het plantje schoot na een week de hoogte in doordat het te warm werd met de zon op het raam, ik heb ze dan verpot naar een groter potje zodat ik de lange steel onder de grond kon stoppen tot aan de eerste blaadjes, tot zover alles oké, maar de bloemen groeien op een heel rare manier… Nog nooit gezien, zo’n dubbele stelen, en op de hele plant is er geen normale bloem te zien! Gemuteerd zaad? Hoedanook ik heb twee plantjes op de markt gekocht, dan gaan we het daarmee proberen.

2013-05-20 12.16.15

Gemuteerde courgette.

Mijn kruiden blijven in de keuken staan, heb ik besloten; dit vermijdt dat er beestjes op komen, of spinnen, die kom ik ook niet graag tegen bij het peterselie knippen!

2013-05-20 13.32.18

En u? Hoe ziet het er bij u uit in den hof?

21

Negen-tiende?

Vrijdag heb ik een heerlijk ontspannen dagje gehad. ‘s Morgens meldde ik mij ziek, ik had zo het voorgevoel dat gaan werken mij finaal zou doen crashen en ik wil liever niet als een bleitend wrak gezien worden door mijn collega’s, die hebben geen zakes met mijn miserie.

Ergens aan de rand van mijn bewustzijn bleef het knagen maar ik deed vandaag alles wat ik wou… en aan mijn tempo!

  • Naar mijn kweekpotjes kijken en de zaadjes bijna zíén kiemen. Heel leuk trouwens hoe rode kool iets weg heeft van een klavertje vier, maar dan met een paarse schijn. Cute, right?!
  • Bloggen. Dat doet nog eens deugd, zo op uw gemak er uitgebreid voor gaan zitten in plaats van klungelend met boterhammen of letterlijk tussen de soep en de patatten, met vingers plakkerig van boter of saus. (Niet moeilijk trouwens dat het toetsenbord van mijn laptop één vieze vlek is, eigenlijk.)
  • De lakens verversen en de was doen. Midden op de dag drie keer de machine kunnen laten draaien, ik noem dat luxe. (Voor u het vraagt: neen bij ons is er geen verschil tussen dag- en nachttarief. In de jaren zeventig deden ze nog niet aan energiebezuiniging.)
  • De wandelschoenen poetsen tot het laatste flintertje modder was opgelost in stof. Dat is zo’n taakje dat ik altijd zo lang mogelijk uitstel wegens hatelijk en koud buiten op het balkon, maar achteraf geeft ‘t wél het gevoel dat ik met die schoenen de wereld zal aankunnen. Als we ooit nog eens kunnen gaan wandelen want met al dat slecht weer in ‘t weekend.
  • Alles afstoffen en stofzuigen, terwijl dat nog maar twee of drie weken geleden net was gebeurd. Een primeur; ik durf wedden dat mijn boekenkasten niet wisten wat hen overkwam. Maar we zouden zaterdag bezoek krijgen dus het moest wel. De mensen hoeven niet te weten wat voor vuilakken wij eigenlijk zijn.
  • Dweilen of andere ‘natte’ dingen doen was uit den boze aangezien mijn nagellak het nog een gans weekend moest zien uit te houden.
  • Fruitella’s eten, ahja want van al die fysieke inspanningen krijgt ge honger of alleszins goesting naar suiker.
  • Tv kijken midden op de dag, dat voelt strafbaar.
  • Besluiten om eindelijk een keer pitsers op de donsdekens te naaien zodat we ze weer aan elkaar kunnnen vastmaken. (U herinnert zich misschien nog dat de koordjes afbraken, waardoor we maandenlang onder éénpersoonsdekens hebben geslapen omdat ik te lui was om er pitsers aan te naaien.) Mijn grootste prestatie van de dag!
  • Beseffen dat ik nog niets had voorbereid voor het avondeten en na veel wikken en wegen besluiten tot kebab.

Ik zou hier snel aan kunnen wennen… Eén vrijdagje om de twee weken voor mezelf, het huishouden, klusjes die zijn blijven liggen, uitgebreid koken, en daardoor het weekend voor ons tweetjes en allerhande activiteiten hebben zonder met een immens schuldgevoel naar het stof en de rommel te moeten kijken.

Negen-tiende gaan werken, het is een klein beetje een droom, en voorlopig nog een verre droom ook!

29

Waarom ik geen kuisvrouw wil.

Ik ben een luiwijf, als het erop neerkomt. Ik spendeer mijn weekends het liefst in winkelstraten, wandelend in de natuur, op bezoek bij familie of uit eten met vrienden. Niet in de keuken of met stof in mijn haar of met een dweil in mijn handen. Ik zou daarom best wel een kuisvrouw willen, en het lief is er zelfs een groot voorstander van omdat hij dan zelf op zijn lauweren kan blijven rusten.

En toch…

Sinds ik mijn eigen huishouden heb, en zelf kan bepalen wanneer wat moet gebeuren, merk ik dat ik het wel leuk vind om dat alles zelf te kunnen beslissen. Voor het lief is dat simpeler: die wacht op bevelen, want initiatief nemen op dat vlak, als in spontaan een vod of de stofzuiger pakken, zit niet voorgeprogrammeerd in het mannelijk brein – foutje van de onze ontwerpers. Hij ziet niet hoe stof, vuil en rommel zich opstapelen, of alleszins trek thij zich er niets van aan.

Ik, daarentegen, kan niet tegen chaos. Niet in mijn hoofd, maar ook niet in mijn huis.

Daar tegenover staat mijn luiheid, die ervoor zorgt dat ik soms dingen laat liggen of ergens neergooi waar ze niet horen, omdat ik nu echt geen zin heb om het helemáál naar de andere kant van ons op dat moment onoverkomelijk gigantisch grote appartement te sleuren.
De rommel stapelt zich gedurende dagen op, meestal tot in het weekend wanneer ik wél tijd en energie heb om me op mijn huishouden te storten. Ook omdat ik zou gaan gillen als het nog langer duurde, én omdat ge gewoon ons appartement niet meer binnengeraakt.

Drie paar schoenen, plastic tas met regenjas, plastic tas met spullen meegebracht uit My Hometown, een doos oud papier, de post (al dan niet open), mijn handtas, rekeningetjes, kaarsen, sleutels – dat is het resultaat van een week luiheid in wat men de inkomhall van onze woonst zou kunnen noemen maar dat is eigenlijk een mooi woord voor ‘sluikstortplaats’.

Om de zoveel tijd begint het dan bij mij te kriebelen.

Het is allemaal goed en wel dat het lief zijn deel van het huishouden voor z’n rekening neemt. Als ik hem genoeg achter zijn veren zit, vliegt hij op het sanitair en is een half uur later daarmee klaar. Wat ik maar moeilijk kan geloven. Als ge mij laat doen, ik sluit me twee uur lang op in de badkamer om die ten slotte, high gworden van de kuisproducten en met schorre stem door het luidkeels meezingen met schlagers en de betere rockbands uit mijn kindertijd, van onder tot boven blinkend achter te laten.

Wat ge zelf doet, doet ge meestal beter.

Dat geldt voor mij, honderd procent. Ik moest als kind al kuisen, het maakte onderdeel uit van mijn opvoeding en het komt mij nu goed van pas. Als ik kuis, moet het ook goed gedaan zijn. Als een ander het in mijn plaats doet, heb ik achteraf niet dat voldane, tevreden, ‘propere’ gevoel. En daar doen we ‘t voor, daar kick ik op.

Alleen jammer dat het zoveel tijd kost…

Kortgeleden ben ik op een eenzame zondag van negen uur ‘s morgens tot vijf uur ‘s avonds bezig geweest en buiten het verpotten van drie aardbeiplantjes, een tijm- en een peterselieplantje, een bezoekje aan de bakker voor brood en een uurtje middagpauze, heb ik enkel de living en de slaapkamer fatsoenlijk kunnen kuisen en is het voor het overige bij stofzuigen en snelsnel dweilen gebleven. Op meer dan zes uur tijd!

(Maar ze blinken wel schoon van de opgeruimde stofvrijheid, de slaapkamer en de living, dat moet gezegd!)

Dan hoort ge van vrienden die hun hele huis (! tegenover ons klein appartement) kunnen poetsen op één uur tijd per week. Ik snap echt niet hoe. Eén uur is net goed om overal te stofzuigen, met een dweil over de vloeren te vliegen en misschien eens rap de wc te kuisen. Maar hoe zit dat met keukenkastjes uitwassen, de vier boekenvanalleskasten volledig afstoffen, ramen lappen, de wasmachine een poetsbeurt geven, de plinten en de deuren van stof verlossen, de kalkstrepen uit het bad wegschrobben, de spiegels vlekvrij maken, de livingdecoratie updaten, de planten water geven, de tapijten uitkloppen, de zetel tot in de kleinste hoekjes stofzuigen, de was, de strijk, de plas?

Ik denk dat ik eens bij hen in de leer moet gaan voor een snelcursus snelkuisen.

Of als u tips heeft?

32

De moestuinplannen

Mijn grote droom is om ooit een echt moestuintje te hebben, met nette rijen prei, een dubbele rij aardappelen, een paar struiken knoesels en rode bessen, verschillende soorten kolen – noem maar op. Momenteel heb ik een balkon waarmee ik het moet doen en dat ik vorig jaar vulde met ik zou niet durven zeggen hoeveel bloempotten met kruiden, bloemen zelf gezaaid of gekocht, en een paar tomatenstaken, een courgetteplant en de pompoenplant die louter voor ons plezier stond te bloeien want vruchten kreeg die nooit.

Er was veel werk aan en aan het einde van de zomer zwoer ik: dit nooit meer, het moet maar wachten tot ik een echte tuin heb.

Nu zijn we nog geen half jaar verder en viel mijn oog op het reclameboekje van de Aveve met daarin nieuw-nieuw-nieuw een ‘vierkante moestuin’ die eenieder met ook maar één vierkante meter plaats in openlucht, in staat moet stellen om zijn eigen moestuintje aan te leggen. Het concept is simpel: men neme een houten frame van een meter op een meter, men spanne daartussen één of andere speciale vochtdoorlatende etc doek en men vulle die bak met ongeveer 500 liter potgrond.

500 liter potgrond, that’s right.

Die bak wordt dan opgedeeld in 16 vakjes met – mooi uitgerekend – 25 cm² oppervlakte per vakje. Daar stopt het niet bij want Aveve heeft, naast de geweldige service die de supervriendelijke verkopers me in de winkel al boden met hun uitgebreide uitleg en het tonen waar ik wat kon vinden, een webapplicatie waar je je moestuintje kan gaan plannen.

(Sorry als dit klinkt alsof Aveve me een smak geld heeft geboden om hier reclame te komen maken. Maar ik ben echt zó enthousiast!)

Dat plannen op zich bleek evenmin simpel: je hebt goede en slechte buren, de ene plant moet er langer instaan dan de andere, radijzen kan je meerdere keren zaaien, rode kool mag bijna naast niemand staan de asociale kiek, enzovoorts. Bij de vierde poging lukte het me om dé indeling te krijgen met een optimale en maximale bezetting. Hieronder alvast een sneak preview… al is het nog maar de vraag hoe het er uiteindelijk uit zal zien.

Untitled

De volgende stap is dat plan in uitvoering brengen… Help!

Het lief gaat overal rondbazuinen dat we een tuintje hebben en dat hij zelf rode pepers gaat kweken, maar ik durf het niet tegen mijn vader zeggen, want die zal mij vierkant uitlachen. Terwijl hij wel degene is die mij zou kunnen helpen bij mijn 1001 vragen, maar ik ben zo al onzeker genoeg over de slaagkansen van dit megalomaan project, ik laat hem me niet nog verder de grond inboren.

En nu… moet ik mij keihard inhouden om niet alles al te beginnen zaaien :-)

Mijn grote droom is om ooit een moestuintje te hebben… maar voorlopig neem ik genoegen met 1m² om te oefenen!

En u? Bent u al bezig met het lenteklaar maken van uw moestuin? Of houdt u het veiligheidsgewijs bij een potje basilicum op de vensterbank?

43

De taakverdeling

Hoe gaat dat er nu aan toe, ten huize LJ & Teamo, vraagt u zich misschien af: is het er een stort nu het lief niet meer elke dag ijverig stofzuigt, wordt er geleefd op diepvriesmaaltijden en fastfood nu het lief niet meer elke dag kookt, worden kleren niet meer gewassen maar simpelweg telkens opnieuw aangekocht, kortom, zijn zij vervallen tot de marginale vrouw-met-vettig-haar en man-in-eeuwige-jogging?

Want zoals u zich wel herinnert is de situatie in 2012 twee keer veranderd en wel als volgt.

1. Tot mei werkte ik op 4 km van huis en was ik elke dag om 16u45 thuis. Het lief zat intussen ook grotendeels thuis (want naar de les gaan “boeide niet”) dus we konden avondeten om 17u. Luxeleventje!

2. Juni-september. Ik moest plots met de trein gaan werken op een plek meer dan 20 km van huis, en was bijgevolg pas om 18u15 thuis. Het lief zat intussen nog steeds thuis (want examens en dan herexamens) en kon er zodoende voor zorgen dat we om 18u15 meteen konden eten. (Wat nodig was ook aangezien mijn maag het ontzettend moeilijk had met die verandering der gewoontes en mij in lege staat in een monster kan veranderen.)

3. Sinds september moet ik nog altijd met de trein gaan werken op een plek meer dan 20 km van huis en kom ik nog altijd om 18u15 thuis. Het lief gaat nu ook werken en is meestal om 19u thuis (soms ook later). Eten gebeurt dan ook pas rond 19u30.

Had u mij een jaar geleden gezegd dat er een tijd zou komen dat ik pas om half acht ‘s avonds eten kreeg, ik zou in een ravijn gesprongen zijn ter bescherming van de Leuvense bevolking. Want een LJ met een lege maag, dat wilt u niet meemaken. Maar er zijn snoepautomaten op perrons, of bananen om vier uur, of soep in de ijskast, of andere al dan niet gezonde hulpmiddeltjes om de tijd te overbruggen.

Sinds september heb ik niet enkel mijn biologische klok maar ook het huishouden anders moeten indelen. Voordien deed het lief veel in het huishouden, tenminste, als ik hem daar onder lichte dwang toe aanzette want veel mannen die nooit alleen hebben moeten leven (zonder moeder of vriendin om hen in toom te houden, merken het niet als stof en afval zich beginnen op te stapelen, of storen zich daar niet aan tot ze lopen te niezen van hun allergie of ergens een beschimmeld stukje bedorven kaas vinden, dan is het drama en kan het plots niet snel genoeg gaan. Ik wil ten allen tijde een gezellig, toegankelijk en proper huis maar in de realiteit is dat niet altijd mogelijk, dat weet u ook.

Ik ben geen kuisfreak, want daar ben ik dan weer te lui voor.

In een relatie is het belangrijk dat je de taken goed verdeelt, want anders komt daar vroeg of laat ambras van. Vroeg of laat wordt er een meetlat bijgehaald waaruit zal blijken dat één van de twee meer doet dan de ander, en vervolgens krijgt ge verwijten als “Ik moet ALTIJD ALLES ALLEEN doen in het huishouden en als gij thuiskomt van uw werk, ploft ge gewoon in de zetel om er de rest van de avond niet meer uit te komen” of “Ik zal eens stoppen met uwe was en uwe plas, eens zien hoe lang ge zonder mijn zorgen kunt overleven!”

Als die uitspraken dagelijkse kost beginnen worden, dan weet ge dat ge niet goed bezig zijt.

Dus als ge niet content zijt met de zaken zoals ze momenteel in uw huishouden zijn geregeld, praat er dan over met uw partner. Goede raad van tante LJ. Wij hebben dat gedaan en daaruit zijn volgende afspraken voortgekomen.

  1. Ik sorteer de was en doe hem in de wasmachine. Het lief hangt hem op en doet hem af.
    Hier loopt het meestal mis omdat hij dan doet alsof hij niet weet wat naar de strijkmand moet of hoe hij ondergoed moet opvouwen. Venten.
  2. Ik kook, hij wast af.
    Het nadeel van deze regeling is dat we na het avondeten niet veel tijd samen kunnen doorbrengen want de gemiddelde afwas neemt algauw een uur in beslag, en anderhalf uur als hij intussen een computerspelletje speelt want het lief kan dat, multitaskend als geen ander.
    In uitzonderlijke gevallen help ik hem met afwassen, als het extreem veel is bijvoorbeeld, maar als hij het uit luiheid laat opstapelen moet hij geen medelijden verwachten.
  3. Ik strijk mijn kleren en de gemeenschappelijke spullen, hij strijkt zijn hemden.
    In het begin deed hij dit braafjes mits lichte aandrang op weekbasis, maar toen ontdekte hij dat je bij de meeste van zijn hemden niet eens ziet of ze zijn gestreken of niet, dus strijkt hij ze niet meer. Dat ik dáár nooit opgekomen ben!
  4. Ik stel de weekmenu’s en de boodschappenlijstjes op en bestel alles bij Collect & Go, hij gaat de boodschappen ophalen.
    Om de simpele reden dat ik geen rijbewijs heb en hij alvast een voorlopig zodat hij met de auto kan gaan. Er kruipt voor mij veel tijd in het opstellen van die weekmenu’s, want ik maak ze altijd ineens voor drie weken en ben daar soms een ganse dag mee bezig. Ook de boodschappenlijstjes zo helder mogelijk opstellen in het geval we niet online bestellen, is een heel werk, zeker als ik dan bedenk dat hij sowieso 10% verkeerde producten zal meebrengen. Vandaar dat Collect & Go een geschenk uit de hemel was, ook al is er altijd wel iets niet bij de bestelling… *roloog*
    Ik kijk er naar uit als het lief zijn rijbewijs zal hebben zodat ik mee kan naar de winkel, want ik doe graag boodschappen!
    Edit: we zijn intussen één week na het effectief schrijven van dit postje en het lief heeft intussen zijn rijbewijs zodat we nu samen boodschappen kunnen gaan doen. Met andere woorden: nog meer werk voor mij.
  5. Hij kuist het sanitair, ik zorg voor een propere keuken.
    Hier heeft hij meer werk dan ik, want de keuken kuisen gebeurt niet vaak, ik geef eerlijk toe dat ik geen dweiler ben, bovendien is al dat water en vuile vod en uitwringen niet goed voor mijn nagels. Ahum. Gelukkig zie je geen vlekken op onze reeds groenbevlekte tegels. Handig kleurtje, you should try it.
    De rest van het huis moet enkel stofvrij worden gemaakt – een houten vloer is een goed excuus om niet te vaak te dweilen, you should try it – en dat verdelen we dan zoals het op het moment zelf uitkomt.
  6. Ik werk in de tuin.
    Het lief wil geen tuin. Mijn balkonoverbevolking van vorige zomer ging er zijn inziens vér over en hij wilde daar dan ook niks mee te maken hebben ook al was hij stiekem zot van de pompoenplant. Dus als ik een tuin wil, dan doe ik dat mezelf aan en hoef ik hem daarin niet te betrekken. (Ben ik blij dat we nog geen echte tuin-met-gazon-en-bloemperken-en-al hebben.)
  7. Ik zorg voor de boekhouding en de tijdige betalingen der facturen.
    Ik houd onze uitgaves nauwgezet bij in een exelleke en bepaal hoeveel er maandelijks kan worden gespaard. Wat tot nu toe niet erg veel was, dat geef ik toe, maar dat is de schuld van kerstcadeaus, Amsterdam, achterstallige schulden aan ondergetekende en noem maar op. 2013 zal beter zijn.
    Het lief houdt zich bezig met het beleggen van zijn eigen spaargeld (en dat van anderen), maar dat doet hij vooral voor zijn eigen plezier. Zolang hij van mijn spaargeld afblijft doet-ie wat-ie wil.
  8. Ik ruim mijn rommel op, hij de zijne.
    Zijn deel gebeurt enkel als ik er een drama van maak. Dit wil zeggen: ik dreig alles van het balkon te gooien, maar dit dreigement werkte algauw niet meer omdat hij helaas na twee keer al doorhad dat ik dat nooit echt zou durven – de onderbuurman zou zo eens een schoen op zijn kale peer kunnen krijgen – en nu smijt ik gewoon al zijn rommel op een hoop dan ligt het tenminste niet meer in mijn weg of het zicht.

Sowieso als het erop neerkomt, doe ik meer dan hij in het huishouden. Ik ben eerder thuis dan hij en heb over het algemeen meer vrije tijd. Als ik ooit parttime ga werken – een verre droom – dan zal er nog meer op mijn schouders terechtkomen maar dat lijkt me dan ook normaal. Eerlijk is eerlijk, en zolang je met je partner kan praten en die jouw inzet niet als vanzelfsprekend beschouwt, en jullie elkaar altijd helpen waar nodig, kan je een perfect harmonieus huishouden runnen. Theoretisch gezien.

En jullie? Hoe pakken jullie de taakverdeling aan?