Sjiek doen

Geld uitgeven, het is iets wat ik graag doe maar het doet pijn aan de bankrekening. Vandaar mijn stoppen met shoppen voornemen, dat aardig lukt, ook omdat mijn bankrekening in week 2 van het nieuwe jaar 2012 al leeg is, door de jaarlijkse afrekeningen die moesten worden betaald. ‘t Leven is duur!

Bovendien heb ik de laatste maanden een duurdere smaak ontwikkeld, en dit onder invloed van de schoonfamilie. Vooral Maa houdt van dure dingen, of ze nu mooi zijn of niet, voor haar staat een hoog prijskaartje onverbiddelijk garant voor schoonheid en kwaliteit. (Ofwel verschillen onze smaken gigantisch, kan ook.)

Mijn ouders letten op hun geld zonder gierig te doen, sparen voor de grote dingen zoals behangen of zonnepanelen, en kunnen gerust op vakantie gaan. Ik ben in die geest opgegroeid en opgevoed en vind dat een gezonde manier van leven. Gewoon een extraatje als appeltje voor de dorst en genoeg geld om regelmatig te kunnen reizen en mijn gezin te onderhouden, meer hoeft voor mij echt niet.
Om eerlijk te zijn, zou ik niet zoveel geld willen hebben als de schoonfamilie, want bij al dat vastgoed komen zoveel zorgen en gedoe kijken en ‘t lijkt mij dat bomma & bompa helemaal niet zoveel geniet hebben van al hun geld, want ze zitten constant erop te hameren dat het leven duur is en dat de bomma liever goedkope prullen koopt, versleten vodden aan elkaar zet tot één nieuwe vod en haar eigen kleren naait. Terwijl ik zoiets heb van: pluk de dag mensen, zeker op jullie leeftijd, volgend jaar zit ge misschien al in een home! Mijn grootouders hebben al die luxe niet, die moeten het doen zonder centrale verwarming en gaan nooit op reis en zelden op restaurant (en ze zijn daar absoluut niet rouwig om).
Langs de andere kant hebben mijn schoongrootouders het hart op de juiste plaats en durven ze dan weer wél bergen geld uitgeven aan bijvoorbeeld een verjaardagsetentje met hun familie of een snoepreisje naar Tenerife.

Afgelopen zaterdag is een mooi voorbeeld van de stand waarin het lief tot nu heeft kunnen leven omdat zijn familie nu eenmaal niet onbemiddeld is. I tell you, het contrast is groot met de gewoontes die wij als koppel hebben ingevoerd en het is moeilijk om dan zelf niet boven onze stand te gaan leven want sjiek doen, da’s verslavend maar werkt niet als je er zelf het geld niet voor hebt.

Zaterdagavond half zes, een uur voor we we bij de Bomma moesten zijn, werd vastgesteld dat de kauwgom die in de naad de goeie broek van het lief plakte, er niet uit te krijgen was en aangezien hij buiten een tot op de draad versleten jeans geen broek meer had liggen, sprongen we vlug in de auto om naar het centrum te rijden voor de winkels sloten. Ik hield mijn hart vast en terecht want Maa’s goede smaak bracht ons naar een dure kledingwinkel. ‘t Is dat alles door haar werd betaald, maar dat zal niet blijven duren dus hopelijk hoeft het lief later geen kostuums van Versace of D&G want dan wordt het op water en brood leven, vrees ik.
Het gaat er bij mij echt niet in hoe mensen een rekening van € 700* normaal vinden voor één paar schoenen, één kostuum-met-hemd en één broek waarvan je bovendien weet dat het lief dat snel verslijt en daar snel uitgroeit, uitscheurt of kauwgom aan heeft plakken want de hooliganjeugd van tegenwoordig bevuilt nu eenmaal graag bus- en treinbanken zonder schroom.
Ik voel mij al schuldig als ik een jurk van € 150 durf aantrekken of schoenen zie van rond de € 100.
(*Oké, oké, in de solden ging er wel 40% af van het totale bedrag, want Maa gaat enkel tijdens de solden in zulke dure winkels shoppen. Maar toch.)

fancy shoes (Do admit his new shoes are fancy though!)

Dus ja, ik heb het daar soms wat moeilijk mee, ten eerste omdat de schoonfamilie en mijn eigen familie het er graag inwrijft als ze vinden dat wij te veel geld besteden en er dus wel ergens een grond van waarheid in moet zitten, en ten tweede omdat ik weet dat wij dat zélf ons niet kunnen veroorloven en omdat ik bang ben dat wij het niet met z’n tweetjes gaan redden, want we houden nu eenmaal allebei van een rijkelijk gevuld leven.
Twee keer per jaar op vakantie, weekendjes weg, uitgaan, shoppen, kan dat nog wel eens we de volgende stap van een lening en misschien zelfs kinderen zetten? Gaan we bereid zijn om water bij de wijn te doen?

Het baksteenvetorecht

Wij kijken af en toe naar According to Jim, dat speelt rond schooluitgaanstijd op VT4. Hun huishouden schetst namelijk een volgens mij vrij accuraat beeld van hoe de future LJ en Teamo eruit gaan zien. (Maar dan niet met zoveel kinderen. Hopelijk.)

We komen immers al in de buurt: Jim met bier en voetbal, Cheryl de toegewijde huisvrouw die alle trucjes van haar echtgenoot meteen doorziet.

Een leuk idee uit deze serie dat ik vorige week oppikte, was het vetorecht. Ieder om beurt hebben ze het recht om hun veto te stellen. Bijvoorbeeld: Jim wou hun zoontje meenemen naar het voetbal (enfin, football) maar de match viel juist op de eerste schooldag en Cheryl stelde haar veto: hun zoontje zou naar school gaan.
Door bij deze gelegenheid haar veto te stellen, raakt ze bij een volgende discussie haar veto kwijt en dan heeft Jim de macht in handen. Enzovoorts. Simpel concept, wat u?

Afgelopen zaterdag kwam hét moment om dit systeem bij ons in te voeren.

Een neef van Maa (de zoon van de broer van bompa), die een aantal jaren ouder is dan het lief en een doctoraat in de Psychologie heeft, is bij de bomma in de straat komen wonen. Dat vindt de familie heerlijk want nu kunnen ze tegen iedereen zeggen dat het hún neef is die daar in dat groot, schoon huis woont. En nu wrijft de bomma er met graagte op regelmatige basis - allez, elke keer we ze zien - bij ons in dat ze allebei werken in Leuven maar het er toch voor over hebben om over en weer te pendelen. (Dat ze allebei de luxe van thuiswerk hebben, vergat de bomma erbij te vermelden.) En dat de vriendin van de neef van Leuven is maar toch ook graag in His Hometown wou komen wonen. (Never gonna happen. Ik ben mijn hart kwijt in Leuven, ik blijf hier zo dicht mogelijk in de buurt als mijn portemonnee toelaat.) En dat wij nog veel gaan mogen sparen en hard gaan mogen werken als we ooit in zo’n huis willen wonen. (I know!) En dat het toch schoon zou zijn als het lief ook een doctoraat kon halen. (Enzovoorts, you get the point.)

Afgelopen weekend was die neef bezig met schilderen en nu we “eindelijk” nog eens in His Hometown waren – serieus, we zien hen bijna wekelijks, moeten we anders misschien naast hen komen wonen? Ah neen, da’s juist, kunnen we niet betalen; zucht, soms voelt het echt aan alsof ik de evil witch ben die hun favoriete zoon en kleinzoon naar de andere kant van de wereld heeft ontvoerd – móesten we toch eens een kijkje gaan nemen.

Omdat Maa en Bomma er zo lyrisch over deden, had ik nogal hoge verwachtingen van het huis maar het viel nogal tegen. Het was groot, ja zeker, maar:

  • De indeling zit heel vreemd in elkaar. Alle ruimtes zijn nogal open en met elkaar verbonden, wat ik dan weer wel super vind, hoewel ik mijn twijfels heb bij een open, houten trap in het midden van uw living. Maar het lief (!) merkte meteen op dat al die ramen en al die hoekjes en kantjes toch wel moeilijk schoon te houden vielen. Het lief! Dat verder nog geen stof ziet al vliegt het westerngewijs in bollen door de woonkamer! Die kerel blijft me na 3,5 jaar nog steeds verbazen.
  • Het graafste vond ik de onevenwichtige trap naar de zolderverdieping: de treden links zijn altijd één stap hoger dan de treden rechts. Levensgevaarlijk voor kleine kinderen en hoogzwangere vrouwen, wat dus 50% van de inwonenden beslaat, maar kom. Het blijft een grave trap.
  • De binnenmuren van het hele huis, dus keuken, living, hall, toilet, badkamers, slaapkamers, waren bakstenen. Dat maakte het huis donker en ruw. Waarop de neef schamper opmerkte dat ik in de verkeerde tijd geboren ben, want eind jaren zeventig, begin jaren tachtig was dit “in”. Nou, dan koop ik toch lekker géén huis van die periode? Of hebben ze nadien en voordien enkel in caravans en kastelen gewoond, misschien, de mensen?

Bakstenen, echt, ik vind dat afschuwelijk. Dat hoort buiten, als uw voor-, zij- en achtergevel, als tuinhuisje, als afscheiding van de buren, als muurtje bij de stoep.

En toen ontdekte ik iets over het lief (en dit keer was het een negatieve verrassing): hij is helemaal weg van baksteen. Binnen, én buiten. Dat maakt het zo warm en gezellig. (Bweeeeurk.)
Ge kunt dat toch verven, zult ook u zeggen. Neen, dat helpt niks. Ge blijft die steentjes zien, die rechthoekjes. Ik wil een vlakke muur. Een geplammuurde muur. Een behangen muur. En dan pas een geverfde muur. In die volgorde, zoals het hoort.

Dus moest ik mijn veto stellen, voor het eerst.

Maar goed, eerst zien wat er op onze weg zal komen als wij ooit op huizenjacht trekken. Want kieskeurig ben ik voor de rest ook niet.