Prado, het (onzichtbare) hoofdpersonage van het boek, gelooft niet in de liefde.
“Er zijn drie dingen, en alleen deze, zei hij bij herhaling, begeerte, welgevallen en geborgenheid. En alle drie, zei hij, waren vergankelijk.
Het meest vluchtig was de begeerte, daarna kwam het welgevallen, en helaas was het zo dat geborgenheid, het gevoel bij iemand thuis te zijn, op een bepaald moment ook teloorging. De onaangename kanten van het leven, alle dingen waarmee we te kampen hebben, waren gewoonweg te talrijk en te heftig dan dat onze gevoelens ze ongeschonden konden doorstaan.
Daarom kwam het op loyaliteit aan. Dat was geen gevoel, zei hij, maar een wil, een beslissing, het partij kiezen door de ziel. Het was iets wat het toeval van ontmoetingen en de toevalligheid der gevoelens in een noodzaak veranderde. Een vleugje eeuwigheid, zei hij, niet meer dan een vleugje, maar toch.
Hij vergiste zich.”
Ik geloof wel in de liefde
Ik denk dat sommige dingen binnen een relatie wel degelijk een keuze zijn, maar ik geloof ook zeker in de emoties en in dat je gerust heel je leven gevoelens van liefde kan hebben.
Een ouder stopt na 20 jaar toch ook niet met van zijn kind te houden?
Het is een geweldig boek en dan niet eens alleen de bestemming.