Count your blessings 3

januari 27th, 2012 § 6 reacties

  1. Het bestaan van een kersenpitkussentje. Eén keer per maand heb ik dat nodig, en dan warmt het lief dat voor mij op zodat ik compleet ontspannen kan gaan slapen. Ik kan niet meer zonder – het kersenpitkussentje én het lief, that is.
    CYB3
  2. Minestronesoep. Maaltijdsoep. Gekregen van Maa, naar het schijnt volgens een Jeroen-recept. Mijn lunch heeft nooit beter gesmaakt!
    CYB3
  3. Maandagochtend een prachtige zonsopgang van achter de ontbijttafel. Ik moet vaker pas tegen 9 uur gaan werken, ofwel moet de zon een uur eerder opkomen.
    CYB3
  4. Het lief dat kookt. Dat is altijd speciaal. En het was nog eens lekker ook!
    CYB3
  5. Het nieuwjaarsdiner van De Heuvel. Uitgegaan achteraf en me zo goed geamuseerd, dat de uren voorbijvlogen.
  6. Een gigantische pot rode kool, goed voor 6 porties voor 2 personen. Met andere woorden: de diepvries zit weer propvol. ‘t Is tijd om ingesneeuwd te worden mensen.
    CYB3
  7. Eén van mijn stories afwerken. Nu ja, er een nieuw, fatsoenlijk einde aan schrijven dan toch. Wat een opluchting!
    CYB3

Het is af!

januari 26th, 2012 § 27 reacties

Ik schrijf al sinds mijn tienerjaren, toendertijd om de storm van gevoelens aan banden te leggen, als uitlaatklep. Uren, dagen, weken aan één stuk kon ik me verliezen in het schrijven; als ik niet achter mijn computer zat te typen dan ging het verhaal in mijn hoofd verder, tijdens de les, op de fiets, op de trein, in de auto, voor ik ging slapen, als ik opstond. Ik noemde zo’n rush heel mooi “de Schrijfkriebels”, ze namen me volledig over tot ik had geschreven wat ik moest schrijven, ik liet me door hen leiden en wist nooit waarheen de weg ging gaan, laat staan hoe het ging aflopen.

Van al die ‘stories’ zoals ik mijn baby’s placht te noemen – u zal mij het woord ‘boek’ of ‘manuscript’ nooit in de mond horen nemen, die naam zijn de verhalen volgens mij niet waard, zeker naast mijn grote idool Isabel Allende lijken mijn schrijfsels meer op stationsromannetjes – zijn er slechts drie die mij nu nog zo na aan het hart liggen dat ik ze de afgelopen jaren ben blijven herlezen en herwerken: eentje over mijn kindertijd, eentje over mijn Intersoc-tijd en eentje over mijn tienerjaren (dat het meest verzonnen is van allemaal). Meteen ook de drie grootste en belangrijkste periodes van mijn leven tot nu toe.

Als ‘schrijfster’ – ook dat vind ik een te schoon woord – heb ik een hekel aan melige happy endings. Als lezer daarentegen kan ik razend worden op schrijvers die hun boek slecht laten eindigen, alstublieft zeg, dagen erna ben ik daar nog niet goed van. Begrijpe wie begrijpe kan.

De afgelopen dagen ben ik ondergedoken in mijn Intersoc-verhaal, dat toen ik het in 2008 schreef, moest dienen als afsluiting van één van de belangrijkste periodes in mijn leven en zo’n beetje drie jaar van Intersocervaringen samenvat hoewel het verhaal zelf compleet is verzonnen (dat spreekt). Ik heb het voor de 586ste keer nagelezen en beslist om het einde definitief te schrappen en helemaal opnieuw te schrijven.

Met dank aan Alice trouwens… zij heeft me ertoe aan gezet om de draad voor de 586ste nog eens op te pakken, en met succes. ‘t Is echt gedaan, nu. Voor het eerst heb ik het gevoel dat het ‘af’ is. Dat ik klaar ben om mijn teergeliefde personages af te geven – Lie de verlegen Receptioniste, Vincent de stoere Magazijnier, Olivier de knappe Barman, Jaak en Kris de Huismeesters, Jasmijn de redster in nood, Aurora de overspelige beste vriendin, Thomas de trouwe collega, Nigel de Queen met al zijn onderdanen, en de Jungfrau als zij die alles weet en alles overschouwt.

Wat nu? Eén van mijn 101 voornemens voor de komende jaren is immers om één van mijn ‘stories’ op te sturen naar uitgeverijen. Maar hoe begin je daaraan?

Flinterdunne irritaties

januari 24th, 2012 § 19 reacties

Wat is dat toch met “flinterdun gesneden hespenworst”?

Is de gedachte erachter, dat je dan minder vlees op je boterham legt, en daardoor zogezegd gezonder eet?
Want ik – zoals u weet, hou ik nogal van eten – heb graag een rijkelijk belegd boke. Brood met een “flinterdun sneetje” hespenworst is not done; dan kan je er evengoed niks tussenleggen want ‘t enige wat je dan proeft, is brood. Met of zonder een dikke laag boter. Met of zonder harde of net te zachte korsten. Met of zonder vieze zonnebloempitten (jeugdtrauma).
Maar geen “flinterdun velletje” worst hoor, nee daar proeven mijn verwende smaakpapillen niks van.

Dus wat doe ik?
Ik leg extra velletjes bovenop de aanvaarde maximum-2-per-boke-standaard. In feite beleg ik mijn boterham zelfs dikker dan vroeger, omdat zo’n pakske binnen de 3 dagen op moet of anders wordt het slecht, en 150g vlees krijg ik, in mijn uppie, volgens de aanvaarde standaard niet op drie lunchen opgegeten. Dus omdat het pakske op moet, en omdat het zo’n dunne velletjes zijn, gebruik ik wel zeker vier of vijf velletjes per snee brood.
Schandalig, I know.

Om mijn ergernis over deze flinterdunne sneetjes hespenworst nog te vergroten, zijn deze in Dendelheis zelfs goedkoper dan hun dikkere broertjes want: “20 % gratis”.

En om mijn frustraties ‘s morgensvroeg, net uit bed en verplicht om mijn lunchpakketje voor die middag klaar te maken (of anders moet ik zo’n veel te duur en veel te vettig belegd broodje gaan halen op den hoek waar ge dan ook nog eens een half uur moogt aanschuiven als ge niet vóór openingstijd al aan de deur staat te drummen met de andere hongerigen van het industrieterrein), tot het punt te brengen waarop ik ga knarsetanden en mijn geduld verlies en het pakje beleg door de kamer wil slingeren, liggen die flinterdunne velletjes niet netjes gerangschikt of op een handig stapeltje zoals hun dikkere broertjes, neen!
Ze worden schijnbaar lukraak (maar te nonchalant om niet op de één of andere manier beredeneerd te zijn, zoals met van die onzichtbare gel voor net-uit-bed-kapsels) in groepjes geplooid en aan elkaar gekleefd in het bakje gestopt, zodat je niet anders kán dan er elke keer vier of vijf te veel uit te halen, zodat je boterham vanzelf overbelegd raakt.

Ah, dan is het een verkoopsstunt! Ze zijn flinterdun gesneden, dus méér sneetjes in een pakje, wat de naïeve klant doet geloven dat hij minder op z’n brood moet leggen en dus langer doet met een pakje van 150 g flinterdun gesneden dan met eenzelfde hoeveelheid normaal gesneden hespenworst…

Zucht.

Misschien eet ik vanaf nu beter gewoon altijd choco.
(But then again, ik haat het als de chocpoto bijna leeg is en zijn einde nadert en je door zijn irritante glazen vorm die maar niet wil moven en meeplooien, de choco mespuntje per mespuntje eruit moet vissen, terwijl je met de resterende inhoud nog wel een half brood kan besmeren dus kan je het toch moeilijk zomaar weggooien?)

Lang leve paschka, en salami met Hollandse kaas en een beetje mayonaise.

New Year’s dinner

januari 23rd, 2012 § 13 reacties

‘t Was afgelopen vrijdag weer zover: het jaarlijkse nieuwjaarsdiner van De Heuvel in een sjiek restaurant in het Leuvense. Ge weet ik en sociaal doen dat gaat doorgaans niet goed samen dus ik ging expres wat later – al kostte dat mij enorm veel moeite want daardoor werd ik nog zenuwachtiger, maar zo hoefde ik maar een kwartier mijn best te doen om een gesprek aan te knopen en bij een groepje te ‘horen’. Met het nadeel dat ik maar 2 hapjes heb gekregen, zeg.

Aan tafel de tofste collega’s opgezocht, met name Er en Cé en Jé en nog een paar, we hadden een ronde tafel méér dan vorig jaar, vier stuks nu al, wat ons er nog maar eens met onze neus op drukt dat De Heuvel fors blijft groeien en da’s wel fijn. Volgend jaar op naar vijf tafels?!

Het eten was verdorie lekker, eerst Sint-Jacobsnootjes met gebriseerd spek, wat is me dat voor een lekkernij, zo zacht krijg ik mijn spek alleszins nooit gebakken! Het hoofdgerecht was varkenshaasje met schorseneren en kroketjes, als dessert een triootje met witte! chocolade! mousse!, crème brulée en een bolletje vanilleijs met een krokant koekje. 

Aan de sterkedrank geraakten we niet meer, om elf uur pakten we ons boeltje en ondanks mijn goede voornemen – zaterdag vroeg opstaan om naar de kringloopwinkel en De Slegte te gaan om eindelijk van die rommel af te raken - liet ik me makkelijk overhalen om nog even het nachtleven in te duiken, dit keer was ik niet de enige met de fiets en werd ik zodoende vergezeld door Ka, Bé en Er, wat ons naar aloude traditie naar de Rodins bracht, achterin was er plek voor ons groepje (nog zowat de helft van alle collega’s) en dankzij de paar glazen wijn tijdens het eten en de glazen wijn die in het café nog volgden, ja dat heb ik wel nodig als ik uitga want anders sta ik als een zoutzuil langs de kant, voelde ik me franker en vrijer dan ooit, heerlijk dat gevoel!

Ik moet toegeven die laatste uren in het café zijn wat vager. Daar moet de alcohol wel iets mee te maken hebben. Ik weet nog dat ik een goed gesprek heb gehad met Cé, in het begin toen de muziek nog stiller en het licht nog feller was. Dat ik intussen wijn bleef drinken en toen die op was, dat ik een aantal slokken van Bé’s Duvel pikte. Dat er lekkere snoepjes bij de toiletmadam lagen, wat ook wel mocht voor 0,50 euro en toiletten zonder toiletpapier. Dat ‘The big bad woolf’ echt wel een graaf nummer is en nog graver klinkt als het met ‘off with your head’ wordt gemixt. Dat ‘Sex on fire’ nog steeds een zalig nummer is en dat ik mijn lief op dat moment miste, dat ik hem smeekte om te komen maar dat hij flink nee zei, want hij moest studeren. Dat ik om de één of andere reden de kraagjes van het hemd van alle mannelijke collega’s omhoog wou zien, wie is daar in godsnaam mee begonnen? Dat Té als wraak met één simpele handbeweging zowel mijn als Margella’s bh openknipte. Dat ik hem zelf niet dichtkreeg en Er mij toen geholpen heeft (thankgod voor korte mouwen). Op een bepaald moment zag ik Jé met drie pintjes, waar ik er eentje van inpikte, ik, LJ die nooit bier drinkt behalve Duvel of kriek, Stella is me te bitter maar ik had dorst, en Jé dreigde het terug te nemen als zijn eigen pintje op was dus zorgde ik ervoor even snel te drinken als hij. Dat dat eigenlijk een beetje te snel voor me was. Dat ik daarna zo duizelig was dat ik een tijdje moest gaan zitten. Dat ik niet kon blijven zitten omdat de muziek zo leuk was. Dat ik het lief smeekte om me te komen halen. Dat het zo leuk was dat ik niet naar huis wou. Dat ik rond vier uur toch maar naar huis ging toen er van café werd gewisseld en het lief boos was omdat ik nog altijd niet thuis, bij hem in bed lag. Dat Er mij veilig naar huis heeft geloodst.

Dat het verdorie een superfijne avond was. Dat ik mij de ganse zaterdag misselijk heb gevoeld – hoezo kater? Dat ik na één avondje uit een week lang moet herstellen. Dat ik mij afvraag hoe ik in ‘s hemelsnaam een ganse week après-skiën ga overleven met de collega’s. Dat ik dus dringend moet oefenen.

Dat ik oud word.

Boekenruil

januari 21st, 2012 § 21 reacties

Moet toch een heerlijk concept zijn: u leest een boek, u vindt het maar niks of u komt tot het besef dat u het twéé kéér in uw collectie hebt zitten en tadaa, u vindt een gelijkgestemde ziel met hetzelfde probleem en het ruilen kan beginnen. Everybody happy.

Dus beste boekenwurm, hebt u zelf ook nog wat boeken op uw plank liggen die (n)ooit werden gelezen, nooit meer worden herlezen en kortom in de weg liggen? En zit er in onderstaande foto een boek naar uw goesting? Dan kunnen wij misschien een deal sluiten!

Enneuh, het gaat om ongelezen exemplaren op de 3 onderste na maar alles is nog in prima staat.

#40 Fotochallenge – week 2

januari 21st, 2012 § 7 reacties

101 dingen#40 Iedere week een foto nemen.

We zijn er een beetje te laat mee, maar u weet hoe dat gaat: het kost véél te veel moeite om de kodak op de pc aan te sluiten en de foto’s over te zetten, om nog maar te zwijgen van het werk dat het is om ze dan op de blog te krijgen. (*lui*)
Maar aanschouw: een oog van mij en een oog van het teergeliefde lief, naar een idee van zwartnochwit.

Week02
Week02
(Op de trein, zaterdag 14 januari 2012.)

Wat wilt u volgende week te zien krijgen?

Hyacintenallergie

januari 20th, 2012 § 13 reacties

Het lief is allergisch voor stof, pollen, honden, katten en waarschijnlijk voor elk ander harig huisdier dat ge u kunt inbeelden.

Ik ben allergisch voor sneeuw en eieren maar dat is het dan ook. Ik stak als kind mijn neus graag tussen de vacht van Loen de hond; haar typische hondengeur kan ik me nu nog zo voor de geest halen. (Al moet ik zeggen dat hondengeur die in het huis van de Bomma hangt, zelfs mijn neus doet opkrullen…) Maar kom, ten huize LJ zal u dus geen huisdieren terugvinden later. Daar heb ik me al bij neergelegd en daar gaat deze post dan ook niet over.

Twee jaar geleden werkte ik nog in het Braggelhotel en dat had een vaste bloemist, die wekelijks nieuwe stukjes bracht om bar, receptie en eetzaal mee op te fleuren. In de late winterperiode waren dat steevast hyacinten – en niet één of twee bolletjes, maar bakken vol. Heel mooie bloemen en ik heb ze altijd graag gezien, buiten verspreiden ze dan ook een lekker zoete geur, meegedragen door de wind. Zet dat binnen en ge riekt, denkt, ziet, ademt, voelt enkel hyacint. De gevoelige zenuwpjes en zintuigen van een HSP crashen dan finaal.
De grootste potten stonden bovendien in de lobby en één op de balie, die heb ik uit miserie tijdens mijn shift in de kast opgeborgen met het risico om de intolerante woede van mijn baas te moeten trotseren maar dat kon mij niks schelen want mijn ogen jeukten en zwollen op, mijn neus weigerde dienst en op den duur was ik gewoonweg ziek en moest ik me naar het werk en die immense stank slepen. Zeker als de bloemen al een paar dagen openstonden en langzaam verwelkten, dan werd de geur nog pertinenter en zwaarder.

Met Teamo’s verjaardagsfeestje twee weken geleden bracht de Bomma, die natuurlijk niets weet van deze allergie dus haar treft zeker geen schuld, een mooi potje mee met daarin drie bloembollen die gauw beloofden te zullen gaan bloeien. Ik gaf ze met opzet geen water, hopend ze zo stilletjes te kunnen laten sterven. (In navolging van de andere kamerplanten… Ik heb nu eenmaal géén groene vingers.)
Toen wij na een weekendje in His Hometown thuiskwamen en de deur van ons appartement open deden, rook ik het meteen: de hyacinten waren, ondanks de slechte zorgen, opengegaan! Ik kreeg het in eerste instantie niet over mijn hart om ze buiten, in de vrieskou te zwieren, en sloot ze op in de living maar toen ook het lief begon te niezen en te hoesten (en dit tot de volgende ochtend volhield) heb ik van mijn hart een steen moeten maken… Hopelijk zorgt dit niet voor slecht karma en wordt mijn evil daad in een volgend leven niet gewroken door een bloemenleger. Ofzo.

Geef mij voor binnenshuis maar geurloze bloemen. Dan weet ge dat hé, voor als ge ooit eens op bezoek zou komen.

Sjiek doen

januari 19th, 2012 § 26 reacties

Geld uitgeven, het is iets wat ik graag doe maar het doet pijn aan de bankrekening. Vandaar mijn stoppen met shoppen voornemen, dat aardig lukt, ook omdat mijn bankrekening in week 2 van het nieuwe jaar 2012 al leeg is, door de jaarlijkse afrekeningen die moesten worden betaald. ‘t Leven is duur!

Bovendien heb ik de laatste maanden een duurdere smaak ontwikkeld, en dit onder invloed van de schoonfamilie. Vooral Maa houdt van dure dingen, of ze nu mooi zijn of niet, voor haar staat een hoog prijskaartje onverbiddelijk garant voor schoonheid en kwaliteit. (Ofwel verschillen onze smaken gigantisch, kan ook.)

Mijn ouders letten op hun geld zonder gierig te doen, sparen voor de grote dingen zoals behangen of zonnepanelen, en kunnen gerust op vakantie gaan. Ik ben in die geest opgegroeid en opgevoed en vind dat een gezonde manier van leven. Gewoon een extraatje als appeltje voor de dorst en genoeg geld om regelmatig te kunnen reizen en mijn gezin te onderhouden, meer hoeft voor mij echt niet.
Om eerlijk te zijn, zou ik niet zoveel geld willen hebben als de schoonfamilie, want bij al dat vastgoed komen zoveel zorgen en gedoe kijken en ‘t lijkt mij dat bomma & bompa helemaal niet zoveel geniet hebben van al hun geld, want ze zitten constant erop te hameren dat het leven duur is en dat de bomma liever goedkope prullen koopt, versleten vodden aan elkaar zet tot één nieuwe vod en haar eigen kleren naait. Terwijl ik zoiets heb van: pluk de dag mensen, zeker op jullie leeftijd, volgend jaar zit ge misschien al in een home! Mijn grootouders hebben al die luxe niet, die moeten het doen zonder centrale verwarming en gaan nooit op reis en zelden op restaurant (en ze zijn daar absoluut niet rouwig om).
Langs de andere kant hebben mijn schoongrootouders het hart op de juiste plaats en durven ze dan weer wél bergen geld uitgeven aan bijvoorbeeld een verjaardagsetentje met hun familie of een snoepreisje naar Tenerife.

Afgelopen zaterdag is een mooi voorbeeld van de stand waarin het lief tot nu heeft kunnen leven omdat zijn familie nu eenmaal niet onbemiddeld is. I tell you, het contrast is groot met de gewoontes die wij als koppel hebben ingevoerd en het is moeilijk om dan zelf niet boven onze stand te gaan leven want sjiek doen, da’s verslavend maar werkt niet als je er zelf het geld niet voor hebt.

Zaterdagavond half zes, een uur voor we we bij de Bomma moesten zijn, werd vastgesteld dat de kauwgom die in de naad de goeie broek van het lief plakte, er niet uit te krijgen was en aangezien hij buiten een tot op de draad versleten jeans geen broek meer had liggen, sprongen we vlug in de auto om naar het centrum te rijden voor de winkels sloten. Ik hield mijn hart vast en terecht want Maa’s goede smaak bracht ons naar een dure kledingwinkel. ‘t Is dat alles door haar werd betaald, maar dat zal niet blijven duren dus hopelijk hoeft het lief later geen kostuums van Versace of D&G want dan wordt het op water en brood leven, vrees ik.
Het gaat er bij mij echt niet in hoe mensen een rekening van € 700* normaal vinden voor één paar schoenen, één kostuum-met-hemd en één broek waarvan je bovendien weet dat het lief dat snel verslijt en daar snel uitgroeit, uitscheurt of kauwgom aan heeft plakken want de hooliganjeugd van tegenwoordig bevuilt nu eenmaal graag bus- en treinbanken zonder schroom.
Ik voel mij al schuldig als ik een jurk van € 150 durf aantrekken of schoenen zie van rond de € 100.
(*Oké, oké, in de solden ging er wel 40% af van het totale bedrag, want Maa gaat enkel tijdens de solden in zulke dure winkels shoppen. Maar toch.)

fancy shoes (Do admit his new shoes are fancy though!)

Dus ja, ik heb het daar soms wat moeilijk mee, ten eerste omdat de schoonfamilie en mijn eigen familie het er graag inwrijft als ze vinden dat wij te veel geld besteden en er dus wel ergens een grond van waarheid in moet zitten, en ten tweede omdat ik weet dat wij dat zélf ons niet kunnen veroorloven en omdat ik bang ben dat wij het niet met z’n tweetjes gaan redden, want we houden nu eenmaal allebei van een rijkelijk gevuld leven.
Twee keer per jaar op vakantie, weekendjes weg, uitgaan, shoppen, kan dat nog wel eens we de volgende stap van een lening en misschien zelfs kinderen zetten? Gaan we bereid zijn om water bij de wijn te doen?

Het baksteenvetorecht

januari 18th, 2012 § 11 reacties

Wij kijken af en toe naar According to Jim, dat speelt rond schooluitgaanstijd op VT4. Hun huishouden schetst namelijk een volgens mij vrij accuraat beeld van hoe de future LJ en Teamo eruit gaan zien. (Maar dan niet met zoveel kinderen. Hopelijk.)

We komen immers al in de buurt: Jim met bier en voetbal, Cheryl de toegewijde huisvrouw die alle trucjes van haar echtgenoot meteen doorziet.

Een leuk idee uit deze serie dat ik vorige week oppikte, was het vetorecht. Ieder om beurt hebben ze het recht om hun veto te stellen. Bijvoorbeeld: Jim wou hun zoontje meenemen naar het voetbal (enfin, football) maar de match viel juist op de eerste schooldag en Cheryl stelde haar veto: hun zoontje zou naar school gaan.
Door bij deze gelegenheid haar veto te stellen, raakt ze bij een volgende discussie haar veto kwijt en dan heeft Jim de macht in handen. Enzovoorts. Simpel concept, wat u?

Afgelopen zaterdag kwam hét moment om dit systeem bij ons in te voeren.

Een neef van Maa (de zoon van de broer van bompa), die een aantal jaren ouder is dan het lief en een doctoraat in de Psychologie heeft, is bij de bomma in de straat komen wonen. Dat vindt de familie heerlijk want nu kunnen ze tegen iedereen zeggen dat het hún neef is die daar in dat groot, schoon huis woont. En nu wrijft de bomma er met graagte op regelmatige basis - allez, elke keer we ze zien - bij ons in dat ze allebei werken in Leuven maar het er toch voor over hebben om over en weer te pendelen. (Dat ze allebei de luxe van thuiswerk hebben, vergat de bomma erbij te vermelden.) En dat de vriendin van de neef van Leuven is maar toch ook graag in His Hometown wou komen wonen. (Never gonna happen. Ik ben mijn hart kwijt in Leuven, ik blijf hier zo dicht mogelijk in de buurt als mijn portemonnee toelaat.) En dat wij nog veel gaan mogen sparen en hard gaan mogen werken als we ooit in zo’n huis willen wonen. (I know!) En dat het toch schoon zou zijn als het lief ook een doctoraat kon halen. (Enzovoorts, you get the point.)

Afgelopen weekend was die neef bezig met schilderen en nu we “eindelijk” nog eens in His Hometown waren – serieus, we zien hen bijna wekelijks, moeten we anders misschien naast hen komen wonen? Ah neen, da’s juist, kunnen we niet betalen; zucht, soms voelt het echt aan alsof ik de evil witch ben die hun favoriete zoon en kleinzoon naar de andere kant van de wereld heeft ontvoerd – móesten we toch eens een kijkje gaan nemen.

Omdat Maa en Bomma er zo lyrisch over deden, had ik nogal hoge verwachtingen van het huis maar het viel nogal tegen. Het was groot, ja zeker, maar:

  • De indeling zit heel vreemd in elkaar. Alle ruimtes zijn nogal open en met elkaar verbonden, wat ik dan weer wel super vind, hoewel ik mijn twijfels heb bij een open, houten trap in het midden van uw living. Maar het lief (!) merkte meteen op dat al die ramen en al die hoekjes en kantjes toch wel moeilijk schoon te houden vielen. Het lief! Dat verder nog geen stof ziet al vliegt het westerngewijs in bollen door de woonkamer! Die kerel blijft me na 3,5 jaar nog steeds verbazen.
  • Het graafste vond ik de onevenwichtige trap naar de zolderverdieping: de treden links zijn altijd één stap hoger dan de treden rechts. Levensgevaarlijk voor kleine kinderen en hoogzwangere vrouwen, wat dus 50% van de inwonenden beslaat, maar kom. Het blijft een grave trap.
  • De binnenmuren van het hele huis, dus keuken, living, hall, toilet, badkamers, slaapkamers, waren bakstenen. Dat maakte het huis donker en ruw. Waarop de neef schamper opmerkte dat ik in de verkeerde tijd geboren ben, want eind jaren zeventig, begin jaren tachtig was dit “in”. Nou, dan koop ik toch lekker géén huis van die periode? Of hebben ze nadien en voordien enkel in caravans en kastelen gewoond, misschien, de mensen?

Bakstenen, echt, ik vind dat afschuwelijk. Dat hoort buiten, als uw voor-, zij- en achtergevel, als tuinhuisje, als afscheiding van de buren, als muurtje bij de stoep.

En toen ontdekte ik iets over het lief (en dit keer was het een negatieve verrassing): hij is helemaal weg van baksteen. Binnen, én buiten. Dat maakt het zo warm en gezellig. (Bweeeeurk.)
Ge kunt dat toch verven, zult ook u zeggen. Neen, dat helpt niks. Ge blijft die steentjes zien, die rechthoekjes. Ik wil een vlakke muur. Een geplammuurde muur. Een behangen muur. En dan pas een geverfde muur. In die volgorde, zoals het hoort.

Dus moest ik mijn veto stellen, voor het eerst.

Maar goed, eerst zien wat er op onze weg zal komen als wij ooit op huizenjacht trekken. Want kieskeurig ben ik voor de rest ook niet.

Mommie’s verjaardag

januari 17th, 2012 § 3 reacties

Het was die vrijdagochtend dat Deddie besloot om Mommie per verrassing uit eten te nemen voor haar verjaardag, en hij vroeg ons ook mee, mij in éénzelfde voor zijn doen verbazend vlotte sms-beweging om restauranttips vragend. Ik raadde Per Tutti aan, zonder meer het beste pastarestaurant van Leuven. Ver weg van alle goedkope Italiaanse Muntstraatrestaurants slaagt deze keuken erin alles vers en tegen schappelijke prijzen te serveren. Hun piadina’s zou ik alvast elke dag kunnen eten.

Het was Mommies negenenveertigste verjaardag. De laatste 4, en voor één keer werd er niets over kleinkinderen gezegd. Wel veel over het naderende weekend-met-kinderen, een jaarlijks terugkerende traditie georganiseerd door mijn ouders en hun jeugdvrienden en waar ik sinds mijn tienerjaren niet meer aan heb deelgenomen maar nu kriebelt het om twee dagen onder te duiken in de Ardennen en niets anders te doen dan eten, slapen, wandelen en drinken. Mommie probeerde het uit ons hoofd te praten, maar ik vrees dat haar dat niet zal lukken tenzij de Frank pijpenstelen voorspelt.

Een dégustiefje dronken we op het stationsplein, waar onze wegen per bus scheidden.

Weeral een hele gezellige gezinsavond, iets wat vroeger ondenkbaar was toen mijn koppige tienerkarakter bijna dagelijks botste met mijn huisgenoten!

Zondag was deel twee. Het lief merkte terloops op dat het eigenlijk vreemd is dat Mommie haar verjaardag niet met haar eigen familie, maar steevast met die van mijn vader viert. Om nog maar eens te benadrukken hoe ‘goed’ de band met haar familie is, enfin.

Mommie’s nieuwe livingtafel zal plaats hebben voor 14 personen maar voorlopig moesten we ons met ons twaalven – vrolijk grappend over wie binnenkort de dertiende en veertiende persoon zullen zijn – nog om een allegaartje van tafels en stoelen scharen voor pistoletjes, vlees, kaas met koffie, en tot slot taart gevolgd door bier of wijn.

Toen was het weekend voorbij!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 29 other followers